Zomaar een meisje… – Petra

We waren na de kwartaalvergadering een hapje wezen eten in stad met het team, toen we weg wilden gaan kwam een meisje ons wat vragen. Ze was met een vrouw meegekomen dit weekend vanaf het platteland. Maar die had zich niet meer laten zien om haar mee terug te nemen. Ze wilde naar die vrouw bellen, maar het nummer klopte niet.

Het meisje (15 jaar was ze nog maar) oogde op mij eerst nog wel rustig. Het team bood haar aan om mee te komen naar het inloophuis, lekker te douchen, schone kleding aan te trekken, ’s nachts te slapen en de volgende dag haar terug naar haar familie te brengen. Je zag hierna de twijfel in de ogen van het meisje. Ze wist niet wie ze kon vertrouwen. Geen moeder meer, meegegaan met een vrouw die nu van de aardbodem verdwenen lijkt, tijdens een groot volksfeest een weekend in een stad geweest waar ik weet niet wat gebeurd zou zijn.

Het meisje wilde uiteindelijk niet mee met het team en we konden niks anders dan haar achterlaten. We zijn later in de middag nog terug gegaan, maar het meisje was nergens meer te zien. Van de mensen van het restaurant hoorde we toen dat dit meisje hier wel vaker komt en mensen aanspreekt. Het verhaal wat je dan dus eerder hebt gehoord, is dan misschien niet de waarheid. Maar je gaat je wel afvragen wat dit voor een meisje is… Hoe zou ze leven en wat maakt ze allemaal mee? Want waarom loopt ze zoveel over straat en zoekt ze contact met allerlei mensen?

Dan besef je ook echt dat gebed zo nodig is, want praktisch kan je ook niet altijd alles voor iedereen doen en niet alle problemen oplossen voor alle mensen. God weet waar dit meisje is en wat precies haar verhaal is en hoe haar verdere leven eruit ziet. Dan kunnen we alleen nog maar vragen of Hij over dit meisje wil waken en het in gebed aan Hem overlaten.

Over aardappels, citroenen en dankbaarheid – Hannah

In mijn vorige blog schreef ik over de mannengroep die van start zou gaan. Het doel van deze nieuwe mannengroep is een paar van de ‘street people’ de kans te geven om weer iets te hebben om van te leven. De paar euro’s die het verschil maken. Ondertussen zijn we al een week of drie bezig. Een van de mannen, Solomon, is beter dan de rest en we hebben hem uitgenodigd een ochtend extra komen, om meer dingen te leren. Hij glom van top tot teen toen hij het nieuws hoorde.
Het doel is onder andere hem leren kerven in hout. Tijdens de voorbereiding bedacht ik dat een wat zachter materiaal dan hout handiger zou zijn voor beginners. Ik dacht aan aardappels, die worden wel eens gebruikt om kinderen te leren kerven. Daarbij is het ook een lokaal product dus er is makkelijk aan te komen. Een moment later dacht ik aan Solomon. Hij leeft op straat en overleeft door te bedelen, of door af en toe klusjes te doen. Ik schaamde me voor de gedachte dat ik voedsel had willen gebruiken om hem te leren houtsnijden. Op de foto is hij bezig met letters kerven in karton. Dat was een meer verantwoordde optie.
Nog een voorbeeld. Afgelopen week werd het afval opgehaald bij ons. Terwijl het vrouwtje onze vuilniszak in de hare overkieperde, viel haar oog op een zakje met drie (overrijpe?) citroenen of sinaasappels. Dit keer kan ik mezelf vrijpleiten, want ik wist ook niet dat ze erin zaten. De vrouw griste het zakje tussen de stinkende bananenschillen, haren, stof, broodkruimels, papiertjes en dergelijke vandaan en legde het aan de kant. Toen ze wegliep had ze in de ene hand de vuilniszak, in de andere hand een tasje met de citroenen en nog meer vondsten van die dag.
Ik moet denken aan al de keren dat ik eten heb geweigerd omdat ik het niet lekker vind. Dat ik eten heb weggegooid omdat het op de grond had gelegen. Dat ik mijn brood niet, of met tegenzin, opat, omdat het met één plakje worst niet genoeg smaak had.
Schaamde ik mij hiervoor? Dat weet ik niet. Natuurlijk kende ik het ‘arme-kindjes-in-Afrika-verhaal’, en soms raakte me dat ook wel. Maar ik denk dat de (relatieve) rijkdom en welvaart om mij heen me nooit dwongen om er echt over na te denken.
Een belangrijkere vraag is dan ook: zou ik die dingen nu niet meer doen? Om eerlijk te zijn weet ik dat ook niet. Aan de ene kant heb ik echte armoede en honger gezien, zoals bij de daklozen, en bij de vrouw van de vuilnis. En ik ben erachter gekomen dat ik veel minder dingen écht nodig heb, dan dat ik eerst dacht. Maar aan de andere kant, als je overvloed hebt, heb je de vrijheid om bepaald eten te kiezen of te laten liggen. Of om brood lekker te maken door beleg. En ik denk dat het niet verkeerd is om die vrijheid, als je die hebt, te gebruiken. Misschien is het juist wel verkeerd om die vrijheid, als je die hebt, niet te gebruiken.
Ik wil dus ook vooral niet zeggen dat we uit sympathie voor de mensen in Ethiopië (en in nog veel meer landen van de wereld) voortaan alleen droog brood moeten eten. Maar wel dat juist dit contrast ons extra dankbaar moet maken voor onze welvaart. En dat we moeten oppassen met het vanzelfsprekend vinden daarvan.
Al deze gedachten over eten, rijkdom en armoede doen me op hun beurt weer denken aan de wijze woorden van Agur. Hij bad tot God: *‘Geef mij geen armoede of rijkdom, geef mij elke dag genoeg brood. Anders zou ik, als ik te veel heb, denken dat ik U niet nodig heb en zeggen: “De Heere, Wie is dat?”. Of zou ik, als ik arm ben, gaan stelen en zo mijn God te schande maken.’* (naar Spreuken 30:8-9). Ik hoop dat we allemaal zo in het leven staan.

Training in Bulbula – Marjolein

Ondertussen hebben we weer een heleboel gedaan! Een poosje geleden gingen we bijvoorbeeld mee met een training voor kerk- en zondagsschoolleiders in en rond Bulbula. Dit dorpje ligt bij het Langano-meer, een paar uur rijden vanaf Dukem en Debre Zeyt. Hannah en ik (Marjolein) mochten de training voor de zondagsschoolleiders geven, wat erg mooi was om te doen! We vertelden waarom het belangrijk is om kinderen Bijbels onderwijs te geven, waar je op kunt letten bij de communicatie met kinderen en op welke manier je dan een Bijbelverhaal kunt vertellen.
Tijdens de training stelden we vragen aan de zondagsschoolleiders en lieten we ze opdrachtjes doen. Het bleek dat ze dit helemaal niet gewend waren, normaal wordt er nauwelijks gebruik gemaakt van interactie wanneer iemand lesgeeft aan een groep. Hopelijk beviel deze manier van leren hen en zullen ze er bij de zondagsschool ook gebruik van maken! Iets waar wij juist aan moesten wennen, was de manier van bidden die de protestantse christenen hier gebruiken. Soms is er iemand die het gebed leidt, soms bidt iedereen hardop door elkaar, en emotie en lichaamshouding zijn erg belangrijk. Het is mooi om te zien op hoeveel verschillende manieren God in allerlei culturen aanbeden kan worden!
Dat weekend bleven we bij het Langano-meer, waar we genoten van alle tropische vogels, van de Meskel-bloemetjes en acaciaboompjes, van het bruinrode water van het meer en van een kampvuur met geroosterde maïskolven. Ondanks de afwezigheid van stromend water en een gestolen mobiel (die gelukkig uiteindelijk weer terecht kwam) hebben we een heel gezellig en mooi weekend gehad!

Ze bestaan echt… – Hannah

Dat was mijn eerste reactie toen ik ze binnen zag komen. Dat heb ik met wel meer dingen hier, die ik ken van plaatjes en verhalen maar hier voor mij werkelijkheid worden. Uitgemergelde dieren op straat. Bedelende mensen. Een gehandicapt kind dat haar huis nooit uit komt. Families die wonen in krotten tussen het vuil. De mensen die ik nu zag komen waren ‘street people’, uitgenodigd voor een ‘community meal’. Ik had een korte Bijbelse boodschap voorbereid, over een verhaal dat gelijk in me op kwam toen ik aan de voorbereiding begon. Het verhaal over een man die een maaltijd had klaargemaakt. De rijken, die waren uitgenodigd, hadden geen tijd om te komen. In plaats van de maaltijd niet door te laten gaan, zei de gastheer tegen zijn knechten: ‘Ga er snel op uit naar de straten en stegen van de stad en breng de armen en verminkten en kreupelen en blinden hier binnen’. (Lukas 14) Ook dit bijbelse verhaal kwam hier tot leven, toen de poort openging. Een man met een doffe blik in zijn ogen. Een man met een kleine tas waar al zijn bezittingen in zaten. Een groepje kinderen met gaten in de kleding. Een relatief jonge man met maar 1 been. Een grijsaard met ingevallen wangen. Een man die zich over de drempel heen hees, terwijl iemand anders zijn rolstoel tilde (die een flinke slag in de wielen had). De totaal ongeveer 70 mannen luisterden aandachtig naar mij en Zelalem, die voor mij tolkte. Ik had nog nooit voor zo’n grote groep gesproken, en zeker niet met tolk. Maar het is denk ik een van de mooiste dingen die ik tot nu toe in mijn leven heb gedaan. Toen ik zei: ‘God, the highest King, looks for the people neglected by the rest of society, because He loves them. His love not based on what you have done in the past, what others say about you or what you think you are worth. His love is based on who He is and what He did’, barstte er een spontaan applaus los. Ze aten in stilte, de borden waren snel leeg, en werden helemaal schoongegeten. Voor de kinderen vertelden we het verhaal van het verloren schaap met behulp van vilten plaatjes, wat ze erg mooi vonden. Iedereen kreeg een klein boekje en een pakketje bestaande uit een gebreide sjaal, muts en/of sokken mee naar huis, dat ontvingen ze als een groot geschenk. De kleur maakte niet uit, behalve bij een van de mannen, die iets had tegen oranje. Nu heeft hij een gele sjaal. Aan het eind, toen veel mensen al weg waren, maakte iemand van het team een praatje met de man in de rolstoel. Hij begon te huilen. ‘Ik was een monteur, en nu ben ik dit!’, zei hij, terwijl hij wees naar zichzelf en de rolstoel. We waren het er na spoedoverleg snel over eens: de mannen handcraft-groep moest er echt komen nu, om de mannen die het het hardst nodig hebben wél toekomstperspectief te geven. Ik zal de blik in de ogen van de man in de rolstoel niet snel vergeten. Zijn tranen stopten, en de hoop werd zichtbaar. Komende week komt hij, en hopelijk nog wat anderen, om te beginnen met houtbewerking. We zijn nu hard bezig met de last minute voorbereidingen voor dit nieuwe project, want we hadden nog niks liggen aan concrete plannen… Ik zie het als een groot voorrecht dat ik mag helpen met deze start. Waar het naar toe gaat weten we nog niet, maar waarom we het doen wel. We gaan gewoon beginnen, in het vertrouwen dat het mensen zoals deze man hoop zal geven, en hun leven zal verbeteren! Tegelijk is dit een oproep: willen jullie meebidden voor dit nieuwe project, en voor de mannen die mee gaan doen? Het project heeft nog geen sponsors, ook wat dat betreft is alle hulp welkom.
Update: Er kwamen 4 mannen naar de handwerkbijeenkomst! Daarover later meer…

Het klasje is van start gegaan – Petra

Afgelopen week is het klasje voor gehandicapten kinderen gestart in Debre Zeyt. Hier zitten 7 kinderen in met een verstandelijke beperking, ook zit er 1 meisje in een rolstoel.
De eerste week was vooral wennen voor de kindjes en ze leren kennen. Wat is het mooi om met die kindjes om te gaan, want hoe snel hun een lach op hun gezicht getoverd kunnen krijgen is fantastisch! Het is prachtig om te zien hoe erg ze genieten van de aandacht die ze krijgen!
Zo was 1 meisje ‘s morgens zelf bij de wc geweest, maar toen kwam ze later ook met haar pop aanlopen die ook echt moest plassen. Gelukkig was er nog een potje gevonden voor de pop en die gebruikte ze daarna ook vol trots!
Het is ook heel mooi om te zien hoe lief de kinderen met elkaar omgaan. Zo krijgt tijdens het spelen ook het meisje dat niet kan lopen veel aandacht van de andere kinderen!
Natuurlijk loopt niet alles in 1 keer soepel en ken je niet gelijk elk kind met zijn mogelijkheden en beperkingen. Maar wat mooi om te zien hoe dit project gaat! Ik heb ook erg veel zin in om hierin nog mee te werken en de ideeën en plannen om de kinderen ook echt vooruit te helpen te kunnen ondersteunen!

Echte gastvrijheid – Hannah

Gelukkig nieuwjaar iedereen! Gisteren was het nieuwjaarsdag hier in Ethiopië. Op deze dag heeft bijna iedereen vrij, worden vrienden en familie uitgenodigd en wordt er feest gevierd. Rond deze tijd van het jaar komen ook de gele meskel-bloemetjes uit, waardoor veel mensen gele kleren aan doen en zichzelf versieren met (Chinese) nep-bloemetjes. Reden genoeg voor een gele groepsfoto met Hannah, Japshra, Jafeth en de hond Dino 😉
In de ochtend werd er opeens op het hek van de compound geklopt, er stonden 4 meisjes in traditionele jurken voor de deur, die begonnen te zingen. Ze konden niet meer Engels dan ‘what’s your name?’ en wij niet meer Amhaars dan een paar woorden als ‘dankjewel’ en woorden waar je in deze context niks aan hebt (zoals busstation, brood, koffie en sinaasappel). De bedoeling is dat je geld geeft, maar wij gaven ze ieder een kwart van een typisch Nederlandse stroopwafel, wat ze erg lekker vonden.
We waren, samen met het gezin van Pim en Gerdine, voor de lunch uitgenodigd bij een Ethiopische vrouw. Ze leeft met haar zoontje van een jaar of 3 in een woning met één kamer, ik denk niet veel meer dan 25 m2 in totaal. Haar kamer was versierd met ballonnen en witte linten, wat later wc-papier bleek te zijn. Ze had een maaltijd klaargemaakt met traditionele enjera (soort pannenkoek), pittige saus, aardappels en zelfs het luxe-product kip. Zelf aten zij en haar familie (die er ook was) niet mee, ze zeiden dat ze al gegeten hadden.
Ik heb bewondering voor wat ze deed, ik denk dat dit echte gastvrijheid is: ze had zelf bijna niks, maar had voor ons, ‘rijken’, een uitgebreide maaltijd klaargemaakt en ons ongeveer al haar kip gegeven. Dat zet mij wel aan het denken: hoeveel heb ik daadwerkelijk over voor anderen? Misschien is het wel zo dat hoe meer je hebt, hoe moeilijker het is om weg te geven. Net als de rijke man die alles wilde doen om God te dienen, behalve zijn bezittingen te verkopen en uit te delen aan de armen (Lukas 18:22-23).
Halverwege de maaltijd hoorden we opeens veel geluid buiten. In het huis aan de overkant was net iemand overleden en zojuist waren de eerste familie en vrienden aangekomen. Waar in Nederland vaak een huis heel stil lijkt als er iemand overleden is, gaat dat hier heel anders. Drie dagen en nachten lang wordt er luid geklaagd en gehuild, maar daarna mag er ook niet meer gerouwd worden en gaat het normale leven weer verder.
’s Avonds aten we met veel Nederlandse gezinnen bij een ‘westers’ huis. Ik moest wennen aan de trap met gelijke (en naar mijn idee lage) treden en was verrast door warm water uit de kraan. Ik ben echt dankbaar voor het huis waar we nu wonen, we hebben ons eigen plekje en in principe alles wat je nodig hebt om te leven. Soms is het wel wat behelpen als er geen waterdruk is en je moet douchen onder vijf miezerige en vaak koude straaltjes. Op dat soort momenten besef je wat een voorrecht het is om opgegroeid te zijn in een land waar dingen als warm water, een vaatwasser, een wasdroger en stabiele elektriciteit zo goed als vanzelfsprekend zijn.
De regentijd loopt ten einde dus hopelijk de eindeloze modderspetters op mijn kleren en de vieze voeten ook… Komende weken worden lekker druk met het uitdelen van schoolspullen, het organiseren van een ‘community meal’ voor straatmensen, en de voorbereidingen voor de trainingen voor dorpjes in de buurt eind deze maand. Genoeg te doen dus!

Veel indrukken… – Petra

We zijn nu een week in Ethiopië, het is een prachtig land met veel groen nu in de regentijd. ‘s morgens lijkt het alsof we nog in Nederland zijn, want het kan hier nog behoorlijk regenen dan!
Verder is het land in alle opzichten anders dan Nederland. Koeien, geiten en paarden die zomaar over straat lopen. En dan de armoede die je overal ziet! Je word er wel stil van als je ziet wat voor een huisjes hier staan een paar golfplaten en dat is het dan. Dan zijn we in Nederland toch rijk gezegend!
We proberen een beetje in de cultuur te komen, door wat woordjes te leren en dingen over de cultuur en gewoontes. Want weet je hoe je iemand een hand moet geven als die niet helemaal schone handen heef? Diegene biedt dan de pols aan, die je in plaats van de hand moet schudden.

We zijn er! – Marjolein

We zijn in Ethiopië! Na een heleboel voorbereidingen zijn we eindelijk echt hier. Woensdagochtend zijn we vroeg naar Schiphol gegaan, zodat we daar 3,5 uur voor onze vlucht waren. Dat leek heel lang, maar uiteindelijk hebben we alle tijd nodig gehad vanwege de drukte. Er waren stakingen van het KLM-personeel en de rij voor het inchecken van de ruimbagage was heel erg lang. En toen we eindelijk onze koffers konden inchecken, bleken er twee te zwaar te zijn.. Bij de selfservice waren ze niet zo tolerant, maar toen Petra het bij de balie probeerde, kon alles gelukkig mee.
Bij de douane ging het heel wat sneller, hoewel Hannahs tas nog even gecontroleerd moest worden vanwege haar teenslippers (die er blijkbaar het meest verdacht uitzagen van alles wat we meenamen).

Uiteindelijk zaten we om één uur netjes in het vliegtuig te wachten tot we konden opstijgen. Het bleek echter door de stakingen en door drukte met vliegroutes boven Europa nog 1,5 uur te duren voordat we echt in de lucht zaten.
Onze overstap in Kenia was oorspronkelijk twee uur, maar nu moesten we rennen. Maar we waren precies op tijd! ‘s Nachts om half 3 lokale tijd kwamen we eindelijk aan in Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië. Jammer genoeg gold dat niet voor de helft van onze koffers, die we vanmiddag pas kunnen ophalen. Eer dat onze visa waren gecontroleerd, was het vier uur en toen we door Pim in Dukem waren gebracht, was het rond half 6. Het eerste wat we hier hebben gedaan, was daarom een paar uur slapen 😉

Het voelt wel raar om nu echt hier in Dukem te zijn, na alle voorbereidingen en gemaakte plannen. Het afscheid nemen was wel lastig, maar we hebben er alle drie heel veel zin in en we gaan genieten van alle mooie dingen die we hier gaan meemaken!

Nog één nachtje thuis slapen en dan vertrekken we! – Petra

De koffers zijn gepakt en we zijn klaar voor vertrek.

De laatste keer dat ik moest werken, werd ik erg leuk verrast met een spandoek van de bewoners.
Nog een leuk cadeautje gehad een geurzakje met dropgeur, want zo kan ik Nederland niet vergeten 😊!

Het is toch wel lastig om van iedereen afscheid van hier te nemen in Nederland.
Maar ik besef ook echt hoe rijk ik gezegend ben met alle lieve mensen om me heen!

Het is spannend om te vertrekken maar ik ben zo benieuwd naar alles wat we mee zullen gaan maken!

De voorbereiding: een ander schrift… – Hannah (blog 1)

Persoonlijk kan ik me nog niet voorstellen dat ik over 1 week in Afrika ben. Wel wordt het steeds drukker met de voorbereidingen: van alles controleren, regelen, inpakken. Onder andere een documentje met ‘nummers en gegevens waarvan het misschien best handig kan zijn ze niet te vergeten’. Zoals de gegevens van het visum.

De Ethiopische vrouw achter het bureau van de ambassade had van alles op een sticker in mijn paspoort geschreven. Het zorgde wel voor wat verwarring. Is het visum echt geldig tot 8A december? Had ik ‘m in 2014 aangevraagd? Gelukkig wist ik wat er moest staan. 2019 natuurlijk, en 8A = 04. Maar hoe ik ook probeerde, het unieke visumnummer kon ik niet ontcijferen.

Vooral een van die karakters middenin. Het kon een 2 zijn, of een Z. Die ernaast was duidelijk een 2, en duidelijk anders. Dus kon het geen 2 zijn. Maar het was ook echt geen Z. Eerder een S in spiegelbeeld. Zou ze ‘m misschien verkeerd om hebben geschreven? Ik had al voor de zekerheid in mijn overzicht met belangrijke nummers opgeschreven: ‘Visumnummer: ?’.

(Gelukkig houden ze waarschijnlijk rekening met dit soort dingen en stond het nummer ook in gedrukte letters onder de barcode. Bleek het toch een 2 te zijn.)

Pas even later besefte ik me dat zometeen de rollen omgedraaid zijn. De officiële taal van Ethiopië is Amhaars, met een compleet ander schrift dan wij. Ze combineren de medeklinker en de klinker in één symbool, dus ‘ha’ ziet er (iets) anders uit dan ‘ho’. Zo ontstaan er meer dan 200 tekens. Ik vind het wel interessant, zo’n ander schrift: de mensen daar hebben dus bedacht dat dit de beste manier was om hun klanken op te schrijven.

In Ethiopië spreekt men over het algemeen slecht Engels. Een beetje kennis van de taal is dus niet verkeerd. En ik geloof dat het spreken van de taal belangrijk is om aansluiting te vinden bij de mensen. Daarom probeer ik in mijn vrije tijd een beetje Amhaars te leren. Het gaat met vallen en opstaan, maar ik leer steeds meer.

Ondertussen gaat het schrijven van de letters ook al aardig. Vind ik zelf dan. Ik vraag me af of zij het kunnen ontcijferen…