Wereld Gehandicapten Dag ‘You are special!’ – Petra

Vandaag (3 december) is het ‘Wereld Gehandicapten Dag’. Deze dag is door de VN bedoeld als aanmoediging om de discussie over mensenrecht en gelijke kanse voor mensen met een functiebeperking op de agenda te houden, op alle niveaus, lokaal, regionaal, nationaal en internationaal.

Voor het gehandicaptenproject hadden we de ouders uitgenodigd om deze speciale dag met hun ook te vieren. Iedereen is verwend met lekker drinken en cake. De ouders hebben een mooi geknutseld cadeau van de kinderen gekregen en de kinderen kregen een mooi kleurboek.

Op deze dag wilde we graag een mooie boodschap meegeven. Ik heb daarom het verhaal ‘You are special’ voorgelezen. Een verhaal bij sommige misschien bekend. Het gaat erover dat we allemaal bijzonder en uniek gemaakt zijn door God en dat we niet moeten kijken naar hoe andere mensen over ons denken, maar dat we bijzonder zijn in Gods ogen omdat Hij ons heeft gemaakt en Hij maakt geen fouten!

Na het verhaal heeft Medhin nog wat video’s laten zien over gehandicapten over de hele wereld en down syndroom. Hierna vertelde twee moeders die beide een kind met down hebben over hun ervaring. Zo vertelde de moeder van Ayalkebet dat ze weggegaan is bij haar man met haar dochter en wel een jaar lang bij een kerk kwam voor allerlei soorten ‘rituelen’ met heilig water om genezing te krijgen voor haar dochtertje. En dat ze pas een jaar geleden hoorde dat haar dochter downsyndroom heeft. De moeder van Jozef vertelde dat hij als baby gevallen was en een bot in zijn schouder had gebroken en dat ze dus dacht dat zijn beperking daardoor kwam. In de video vandaag werd verteld dat kinderen met down syndroom een extra chromosoom hebben waardoor ze hun beperking hebben en dat dus in die persoon zit. En dit was dus totaal nieuw voor de ouders. Ze zien een beperking hier nog veel als straf van God of als een ziekte die weer over zou kunnen gaan. Gehandicapten worden hier nog niet volledig geaccepteerd door de omgeving.

Het maakte mijzelf emotioneel want je ziet nu hoe anders er word gedacht in de wereld. En dat de mensen het hier zo lastig hebben om te leven met een beperking en te zorgen voor een kind met een beperking. Als ik naar de kinderen hier kan dan zie ik prachtige, unieke en speciale kinderen waar ik van kan genieten en blij van wordt!

Ik hoop dat de ouders van deze dag hebben geleerd en dat ze vooral één ding onthouden. ‘You are special because I made you, and I don’t make mistakes!’ (Jij bent bijzonder omdat Ik je heb gemaakt. En Ik maak geen fouten.)

Een knuffel en glimlach is in elke taal hetzelfde – Petra

We zijn hier nu alweer 3 maanden en dan ga je ook zien hoe ‘gewoon’ het is geworden om hier te leven. Ik help nu ook al weer een tijdje bij de gehandicapte kinderen. En ja mijn Amhaars is nog steeds niet om over naar huis te schrijven dus we doen veel met handen en voeten.

We hebben de kindjes een paar weken geleden hoofd, schouders, knie en teen geleerd in het Engels. Ayalkebet kent de woorden een beetje en elke keer als ze mij nu ‘s ochtends ziet dan wil ze graag even opgetild en geknuffeld worden en ze doet dan altijd even hoofd, schouders, knie en teen. Op zo’n ochtend dat dit weer zo was begon ik te denken. Ik heb geen idee wat die kleine meid altijd zegt maar ik weet wat ze met die knuffel wil zeggen want een knuffel betekend toch in elke taal hetzelfde het is een uiting van liefde voor elkaar. Toen ik later op die dag weer een knuffel van haar kreeg vroeg iemand aan haar of ze mij lief vond, hier antwoorde ze ja op en ze wilde wel met mij mee :).

Zo ook met Yordanos, ook met haar is verbaal communiceren lastig maar door haar aandacht te geven door bijvoorbeeld te kietelen is de glimlach die je krijgt prachtig en ook heel goed te verstaan :). Ik deed een keer bij haar wat je vaak met kleine kinderen doet, op haar neus drukken en ‘toet toet’ zeggen. Nu heel vaak als ik naast haar zit dan is het ‘toet toet!’ en dan drukte ze op haar eigen neus of op die van mij.

Zulke momenten zijn echt onbetaalbaar en voor die glimlach en knuffel is het de moeite waard om hier naar Ethiopië gekomen te zijn!

Het Engelse klasje – Marjolein

Het duurde even, maar hier is eindelijk een blog over het klasje waaraan ik al bijna twee maanden elke woensdag Engelse bijles geef. Het klasje is onderdeel van het School support program, waarbij kinderen bijvoorbeeld schoolmaterialen en uniformen krijgen en waarbij nu dus ook Engelse bijles wordt aangeboden. Er zijn nu twee klasjes, op woensdagochtend en woensdagmiddag.
Tijdens de eerste les schreven de kinderen op wat ze wilden worden: onder andere ‘enginer’, ‘syentist’ en ‘doktore’. Het klonk erg ambitieus, zeker toen ik merkte dat het Engelse niveau van de meeste kinderen best heel laag is. Maar daar staat tegenover dat ze ontzettend gemotiveerd zijn, nagenoeg altijd meedoen met de les en een heleboel leren. Eén kind vertelde zelfs dat ze thuis het huiswerk van het Engelse klasje altijd meteen deed, maar het huiswerk van haar basisschool soms vergat te doen.. Dat is dan ook weer niet de bedoeling, maar de motivatie is in ieder geval heel groot!
Ik vind het erg leuk om de lessen voor te bereiden. Ik merkte dat de teksten die we tijdens de eerste lessen lazen, wat te moeilijk waren en dat de kinderen het niet durfden te zeggen als ze de vertaling van een woord niet wisten. Nu vraag ik na elke zin om ze de Engelse woorden te laten opschrijven die ze nog niet kennen en legt Medhin de Amhaarse vertaling uit. Medhin is de tolk tijdens de lessen, en ik vind het fijn om te zien dat hij ook steeds meer de teacher wordt. Wanneer ik terug naar Nederland ga, zal hij verantwoordelijk zijn voor het Engelse klasje.
Naast dat ik de lessen nu voorbereid en geef, train ik daarom ook Medhin om dit te doen. Ik leg bijvoorbeeld uit op welke manier ik een les opbouw, waarom ik voor elk onderdeel kies en waar ik op let. We bespreken waar we de focus op leggen, omdat bijvoorbeeld grammatica en spelling wel heel belangrijk zijn, maar het is belangrijker om de kinderen een beetje Engelse vocabulaire mee te geven. Vanaf een bepaalde klas op de basisschool worden hier namelijk alle lessen in het Engels gegeven. Wanneer je dan maar een paar woorden Engels kunt verstaan, worden de andere vakken opeens ook erg lastig.
Het is heel mooi om de vooruitgang in deze paar weken al te zien. Bij het herhalen van dingen uit andere lessen, merk ik dat ze er echt wat van opgestoken hebben. Ik had hiervoor nog nooit lesgegeven of een lessenplan gemaakt, en het voelde voor mij ook best hoog gegrepen om opeens verantwoordelijk te zijn voor het Engelse klasje. Maar ik ben erg blij dat dit me toevertrouwd werd en ik vind het heel fijn om op deze manier nuttig te zijn hier!

Meer dan een training – Hannah

Vrijdagochtend, 4:20. De wekker gaat. Een klein uurtje later zitten we in de auto voor een rit van ongeveer 3,5 uur. Een van de voordelen van zo vroeg opstaan is dat je de zon ziet opkomen, iets wat je normaal zelden ziet (het wordt rond 6 uur licht). En dat je meemaakt hoe de temperatuur binnen enkele uren van flink koud naar goed heet gaat. Het doel van onze reis is Shashamene, een kleine stad (of een groot dorp, net hoe je het wil noemen) verder naar het zuiden van Ethiopië. We trainen daar zondagschoolleiders uit een stuk of 10 kerken, zaterdag hetzelfde programma in Kofele, een dorp iets verderop. Totaal zo’n 50 mannen en vrouwen, jong en oud, uit verschillende soorten kerken, van verschillende stammen, uit de stad en van het platteland, rijk en arm. Alles door elkaar. Eigenlijk best bijzonder om te zien dat al die mensen, ondanks de verschillen, één zijn in Jezus, en één in hun verlangen om kinderen de weg naar Jezus te wijzen. Als vrijwilligers hebben wij het voorrecht om ook bij te dragen aan de training, en zodoende hadden Marjolein en ik een stuk training voorbereid over communicatie met kinderen. We hadden deze training al eerder in Bulbula gegeven, dus echt veel voorbereid had ik niet. Mijn deel focuste op het gebruik van lichaamstaal en gebaren, om ervoor te zorgen dat kinderen meer betrokken zijn, maar ook meer meekrijgen. In de ruim twee maanden dat ik hier nu ben, heb ik al wel een paar woorden Amhaars opgestoken, maar nog lang niet genoeg om een training in vlot Amhaars te volgen. Af en toe een woord dat je herkent, maar daar blijft het dan ook bij. Ik wist niet dat juist dit een heel sprekend voorbeeld op zou leveren, dat ik later in de training zelf kon gebruiken. Op een gegeven moment pakte Zelalem, die op dat moment aan het spreken was, een kinderstoeltje en hield die omhoog. Daarna wees hij naar een grote stoel en maakte hij met zijn armen een schommelbeweging. Zonder ook maar iets van de woorden te verstaan, wist ik wat hij bedoelde. Kinderen horen op kleine stoelen, en niet op grote. Als je kinderstoelen hebt staan, laat je zien dat de kinderen echt welkom zijn. Op dat moment voelde ik me even een kind, dat niet alle woorden en zeker niet alle zinnen begrijpt, maar wel kan weten waar het over gaat doordat de spreker dingen uitbeeldt. Het was mooi om precies dat principe (samen met het voorbeeld van die morgen) daarna door te geven aan de zondagschoolleiders, in de hoop dat daardoor de (kleine) kinderen het Bijbelverhaal beter begrijpen. De trainingen zijn er dus om de leiders extra toe te rusten en tips mee te geven. Maar misschien nog wel belangrijker is de ontmoeting van de leiders onderling, de bemoediging die ze krijgen en de inspiratie die ze opdoen. Je ziet ze met elkaar aan de praat komen, en telefoonnummers uitwisselen. Maar daar stopte het niet. Als afsluiting van deze blog wil ik twee getuigenissen doorgeven die we hoorden. De eerste was van een al wat oudere vrouw, aan het eind van de dag. Ze stond op, en zei iets wat neerkwam op het volgende: “Ik ben sociaal werker onder arme kinderen, en zondagschooldocent in mijn kerk. Maar ik wist niet meer hoe ik door moest gaan, het werk had niet het gewenste effect, er ging zoveel mis. Ik had een tijdje geleden besloten te stoppen met de zondagschool, maar ook met mijn baan. Maar deze dag heeft me laten zien waarom ik dit werk doe, dat het zo belangrijk is. Nu wil ik juist doorgaan.” Een ander getuigenis kwam we de volgende dag, toen we op weg waren naar het andere dorp voor de tweede training. Een van de mannen die vrijdag was geweest wilde graag nog een extra poster. Hij was zo enthousiast over alles, dat hij gelijk de dag erna het jeugdwerkteam van zijn kerk had opgetrommeld, en alles wat hij had geleerd wilde doorgeven aan de anderen!

Twee andere projecten bezocht – Petra

Het gehandicaptenproject hier loopt nu ongeveer 2 maanden. Het is erg leuk om met de kindjes te werken. In de afgelopen weken hebben we met een gedeelte van het team 2 andere projecten bezocht die ook met gehandicapten werken.

Eén project was in Debre Zeyt, dit was een opvanghuis voor kinderen en ouderen. Hier wonen 26 kinderen en 10 ouderen, een aantal van de kinderen is ook gehandicapt. De situatie hier was erg slecht, er waren geen goede voorzieningen en het was er erg vies. We hadden daar een gesprek om te kijken of de stichting iets zou kunnen betekenen voor de gehandicapte kindjes.

Ze waren hier erg lief voor de mensen die er wonen en heel zorgzaam en beschermend. De directe hulp van een aantal kindjes 1 keer in de week meenemen naar het centrum van Addis Alem en ze daar even vermaken pakte ze niet gelijk aan. Ze zijn bezig om geld in te zamelen voor een nieuw gebouw en daar wilde ze dan liever hulp bij hebben. Dit voelde eerst een beetje asociaal voor mij, alsof ze meer gaven om het gebouw dan om het welzijn van de kindjes nu.

Maar als je dan later hoort dat er wel meer mensen langs zijn geweest die ‘wilden helpen’ maar alleen maar heel veel foto’s en filmpjes maakten en daarna nooit meer terug kwamen… Dan snap je dat hun vertrouwen is beschaamd en dat ze juist wel ook de zorg voor hun bewoners op het oog hebben! En ook een les voor jezelf dat je altijd je beloftes moet nakomen.

Het andere project dat we bezocht hebben was in Addis Abeba. Dit project is origineel opgezet door Duitsers en nu is het onder de hoede van een Nederlander. Het bestaat al 24 jaar en heeft zich erg ver uitgebreid. Er is een goede structuur, veel voorzieningen en mogelijkheden. Dit zijn een aantal dingen die ze daar doen op de compound: – Een moeder-kind project hier krijgen moeders goede ingrediënten en kunnen dan een goede maaltijd voor hun kind maken. – Houtbewerking – Tuinieren – Er zijn 4 klaslokalen waar de kinderen ingedeeld zitten op mentaal niveau. Waar ze verschillende dingen leren zoals Amhaars, rekenen en Engels iedereen naar zijn niveau.

De kinderen zitten daar tot ze 18 jaar zijn en dan zoeken ze naar een plek waar ze kunnen werken. Zo was er een jongen daar heel goed met de houtbewerking en ze wisten dat zijn oom een houtbewerkingswinkel had een straat verderop. Ze zijn voor hem na gaan vragen of zijn neef niet bij hem zou kunnen komen werken. Die oom was niet gelijk enthousiast, want ja de klanten gaan misschien wel weglopen als er een gehandicapte in je winkel staat. Maar uiteindelijk mocht de jongen achterin de winkel beginnen, zodat de klanten hem niet zouden zien. En toen na een paar maanden, werkte de jongen voorin de winkel! Hij was er helemaal geaccepteerd.

Het is bijzonder om ook deze 2 andere projecten te zien. Het ene maakt ook wel wat verdriet in je los dat die mensen op zo’n vieze plek zitten, maar je leert er ook wel van dat je blij moet zijn met wat je hebt. Want het ontbrak de kinderen niet aan liefde en ze zagen er ook niet ongelukkig uit. Maar je staat er wel bij en zou echt wat voor ze willen betekenen.

Bij het 2de project werd je echt blij en geïnspireerd, want het is zo mooi om te zien dat een project wat ook ooit klein is begonnen zo groot kan uitgroeien met veel mogelijkheden. Het is hard werken om zoiets op te zetten, maar mooi dat zulken dingen hier gedaan worden.

Met alles wat er hier word gedaan door de projecten kan er echt een verschil gemaakt worden, in persoonlijke levens en in de omgeving qua acceptatie en mogelijkheden. Dan zijn we in Nederland al zo ontzettend ver en daar moeten we ook bij stil staan en dankbaar voor zijn! Want als je hier alles ziet, dan zie je hoe gezegend wij zijn!

Gods bescherming – Petra

Afgelopen woensdag waren we onderweg naar een training in Assella, we moesten eerst nog tanken in de stad. Alleen toen we hier in reden werd de weg geblokkeerd door mensen die begonnen te demonstreren. We zijn toen via een andere weg gegaan, maar toen we verder onderweg kwamen hoorde we berichten dat er veel meer protesten gaande waren en dat door demonstraten overal wegen werden afgesloten ook waar de training zou zijn. We zijn toen omgekeerd. Debre Zeyt konden we op dat moment niet meer in. Via een sluiproute konden we wel nog in Dukem komen (daar is het inloophuis waar wij ook verblijven). Aan het asfalt (de doorgaande weg) waren veel demonstraties aan de gang. Pim kon die dag ook niet meer met de auto in Debre Zeyt thuiskomen, gelukkig kon dit donderdagochtend vroeg nog wel.

Daarna zijn ze nog wel weer gaan demonstreren. We hebben geluiden van protesterende mensen gehoord, er kwamen soms demonstranten door onze straat en we hebben nog schoten gehoord. We hebben van woensdag tot vrijdag in huis gezeten omdat het niet veilig was om de straat op te gaan. Gelukkig hebben de buren een winkeltje en konden we boodschappen via de schutting doen. Dit was toch ook wel weer een bijzondere ervaring 😊.

Het waren wel echt heftige protesten drie dagen lang. Winkels en bedrijven werden in brand gestoken in verschillende steden van het land, ruiten met stenen ingegooid, mensen aangevallen en verwond, ook zijn er heel veel mensen omgekomen. Zelfs ziekenhuizen werden geforceerd te sluiten en ambulances zijn aangevallen en vernield. Voor gezondheidszorg was er dus ook niets mogelijk.

Maar wat merk je nu toch ook Gods bescherming, Hij is er altijd en zorgt voor ons. Je word er stil van als je daar aan denkt en dan kun je niets anders doen dan Hem daarvoor te danken! En ook te bidden voor de slachtoffers en dat de rust weer helemaal mag terug keren hier. Bidden jullie met ons mee?
Op de foto zien jullie hoe de weg eruit zag na de protesten, er waren over veel autobranden in de brand gestoken dus daar zie je overal nog de zwarte plekken van op de weg.

Een steentje bijdragen – Hannah

Normaal ben ik niet zo van Wikipedia. Ik heb op school geleerd dat je in een werkstuk of onderzoek deze bron liever niet moet citeren. Toch doe ik het nu wel, omdat het precies weergeeft wat ik bedoel. Het WikiWoordenboek geeft namelijk als definitie van het woord ‘investering’: ‘een opoffering in tijd, geld of mankracht ten behoeve van een doel dat pas op lange termijn wordt behaald’.
Investeren is een bepaald risico wat je moet nemen om dingen te bereiken. Het is enorm waardevol maar ook enorm lastig. Het waardevolle is dat je, als het slaagt, uiteindelijk dingen kan doen die je anders niet had gekund. Het lastige is dat je niet altijd weet wat je moet doen om het te laten slagen. En dat een verkeerde investering (soms onherstelbare) schade op kan leveren. En dat het resultaat van een goede investering vaak pas op lange termijn zichtbaar wordt.
Toen ik aan deze periode van vrijwilligerswerk begon, had ik nooit kunnen denken dat ik aan het begin zou staan van de mannengroep. Als dit project slaagt, kan het het leven van heel wat dakloze mannen veranderen. Een prachtig doel om naar toe te werken. Maar het feit dat we nu aan het begin staan betekent dat we nog niet bij het eind zijn. Dat we moeten investeren. Tijd investeren in ideeën bedenken, plannen uitwerken, contacten leggen. Geld investeren in de aanschaf van materiaal en gereedschap.
En ja, sterke dingen groeien langzaam. Een bedrijf start maar zelden als wereldleider of multinational, zonder eerst een kleinschalige start te maken. Een oud gezegde is: ‘Rome was not built in one day’. Van iets groots en sterks kan je niet verwachten dat het in één dag, week of maand klaar is. En als dat wel zo is, kan je je afvragen hoe duurzaam het is, hoe lang het duurt tot het instort.
Maar dit gaat wel tegen mijn ongeduldigheid in. Het liefst zou ik gelijk resultaat zien van mijn werk. Of in ieder geval weten wat het resultaat zal zijn. Ik betrap mezelf erop dat ik veel liever bezig ben met plannen voor in de verre toekomst, dan dat ik nu actie onderneem. Er zit dan ook veel wijsheid in een aanvulling op het oude gezegde. James Clear zei: ‘Rome was not built in one day, but they were laying bricks every hour’. (‘Rome is niet in één dag gebouwd, maar ze waren wel elk uur bezig met stenen leggen’).
Ook dit project zal met kleine stapjes gaan. Maar elke steen die we leggen, is er een. Het zijn juist de dingen nú, die bepalen hoe dat resultaat zal zijn. Stenen op zichzelf zijn niet bijzonder. Het is moeilijk om naar een steen te kijken en de stad voor je te zien. Maar ze zijn wel cruciaal. Elke steen is een stukje investering. Een nieuwe hamer. Een ochtend verven. Een plan schrijven. Een mes slijpen.
Ik weet niet hoe de stad er precies uit gaat zien. Ik weet wel dat ik, in de twee maanden die ik hier nog ben, het resultaat ook niet te zien krijg. Maar ik weet ook dat ik mijn uiterste best ga doen om sterke fundamenten te leggen. En gelukkig hoef ik dat niet alleen te doen, want er zijn heel veel teamleden, niet-teamleden en bedrijven die mij helpen met een ‘steentje bijdragen’!

Zomaar een meisje… – Petra

We waren na de kwartaalvergadering een hapje wezen eten in stad met het team, toen we weg wilden gaan kwam een meisje ons wat vragen. Ze was met een vrouw meegekomen dit weekend vanaf het platteland. Maar die had zich niet meer laten zien om haar mee terug te nemen. Ze wilde naar die vrouw bellen, maar het nummer klopte niet.

Het meisje (15 jaar was ze nog maar) oogde op mij eerst nog wel rustig. Het team bood haar aan om mee te komen naar het inloophuis, lekker te douchen, schone kleding aan te trekken, ’s nachts te slapen en de volgende dag haar terug naar haar familie te brengen. Je zag hierna de twijfel in de ogen van het meisje. Ze wist niet wie ze kon vertrouwen. Geen moeder meer, meegegaan met een vrouw die nu van de aardbodem verdwenen lijkt, tijdens een groot volksfeest een weekend in een stad geweest waar ik weet niet wat gebeurd zou zijn.

Het meisje wilde uiteindelijk niet mee met het team en we konden niks anders dan haar achterlaten. We zijn later in de middag nog terug gegaan, maar het meisje was nergens meer te zien. Van de mensen van het restaurant hoorde we toen dat dit meisje hier wel vaker komt en mensen aanspreekt. Het verhaal wat je dan dus eerder hebt gehoord, is dan misschien niet de waarheid. Maar je gaat je wel afvragen wat dit voor een meisje is… Hoe zou ze leven en wat maakt ze allemaal mee? Want waarom loopt ze zoveel over straat en zoekt ze contact met allerlei mensen?

Dan besef je ook echt dat gebed zo nodig is, want praktisch kan je ook niet altijd alles voor iedereen doen en niet alle problemen oplossen voor alle mensen. God weet waar dit meisje is en wat precies haar verhaal is en hoe haar verdere leven eruit ziet. Dan kunnen we alleen nog maar vragen of Hij over dit meisje wil waken en het in gebed aan Hem overlaten.

Over aardappels, citroenen en dankbaarheid – Hannah

In mijn vorige blog schreef ik over de mannengroep die van start zou gaan. Het doel van deze nieuwe mannengroep is een paar van de ‘street people’ de kans te geven om weer iets te hebben om van te leven. De paar euro’s die het verschil maken. Ondertussen zijn we al een week of drie bezig. Een van de mannen, Solomon, is beter dan de rest en we hebben hem uitgenodigd een ochtend extra komen, om meer dingen te leren. Hij glom van top tot teen toen hij het nieuws hoorde.
Het doel is onder andere hem leren kerven in hout. Tijdens de voorbereiding bedacht ik dat een wat zachter materiaal dan hout handiger zou zijn voor beginners. Ik dacht aan aardappels, die worden wel eens gebruikt om kinderen te leren kerven. Daarbij is het ook een lokaal product dus er is makkelijk aan te komen. Een moment later dacht ik aan Solomon. Hij leeft op straat en overleeft door te bedelen, of door af en toe klusjes te doen. Ik schaamde me voor de gedachte dat ik voedsel had willen gebruiken om hem te leren houtsnijden. Op de foto is hij bezig met letters kerven in karton. Dat was een meer verantwoordde optie.
Nog een voorbeeld. Afgelopen week werd het afval opgehaald bij ons. Terwijl het vrouwtje onze vuilniszak in de hare overkieperde, viel haar oog op een zakje met drie (overrijpe?) citroenen of sinaasappels. Dit keer kan ik mezelf vrijpleiten, want ik wist ook niet dat ze erin zaten. De vrouw griste het zakje tussen de stinkende bananenschillen, haren, stof, broodkruimels, papiertjes en dergelijke vandaan en legde het aan de kant. Toen ze wegliep had ze in de ene hand de vuilniszak, in de andere hand een tasje met de citroenen en nog meer vondsten van die dag.
Ik moet denken aan al de keren dat ik eten heb geweigerd omdat ik het niet lekker vind. Dat ik eten heb weggegooid omdat het op de grond had gelegen. Dat ik mijn brood niet, of met tegenzin, opat, omdat het met één plakje worst niet genoeg smaak had.
Schaamde ik mij hiervoor? Dat weet ik niet. Natuurlijk kende ik het ‘arme-kindjes-in-Afrika-verhaal’, en soms raakte me dat ook wel. Maar ik denk dat de (relatieve) rijkdom en welvaart om mij heen me nooit dwongen om er echt over na te denken.
Een belangrijkere vraag is dan ook: zou ik die dingen nu niet meer doen? Om eerlijk te zijn weet ik dat ook niet. Aan de ene kant heb ik echte armoede en honger gezien, zoals bij de daklozen, en bij de vrouw van de vuilnis. En ik ben erachter gekomen dat ik veel minder dingen écht nodig heb, dan dat ik eerst dacht. Maar aan de andere kant, als je overvloed hebt, heb je de vrijheid om bepaald eten te kiezen of te laten liggen. Of om brood lekker te maken door beleg. En ik denk dat het niet verkeerd is om die vrijheid, als je die hebt, te gebruiken. Misschien is het juist wel verkeerd om die vrijheid, als je die hebt, niet te gebruiken.
Ik wil dus ook vooral niet zeggen dat we uit sympathie voor de mensen in Ethiopië (en in nog veel meer landen van de wereld) voortaan alleen droog brood moeten eten. Maar wel dat juist dit contrast ons extra dankbaar moet maken voor onze welvaart. En dat we moeten oppassen met het vanzelfsprekend vinden daarvan.
Al deze gedachten over eten, rijkdom en armoede doen me op hun beurt weer denken aan de wijze woorden van Agur. Hij bad tot God: *‘Geef mij geen armoede of rijkdom, geef mij elke dag genoeg brood. Anders zou ik, als ik te veel heb, denken dat ik U niet nodig heb en zeggen: “De Heere, Wie is dat?”. Of zou ik, als ik arm ben, gaan stelen en zo mijn God te schande maken.’* (naar Spreuken 30:8-9). Ik hoop dat we allemaal zo in het leven staan.

Training in Bulbula – Marjolein

Ondertussen hebben we weer een heleboel gedaan! Een poosje geleden gingen we bijvoorbeeld mee met een training voor kerk- en zondagsschoolleiders in en rond Bulbula. Dit dorpje ligt bij het Langano-meer, een paar uur rijden vanaf Dukem en Debre Zeyt. Hannah en ik (Marjolein) mochten de training voor de zondagsschoolleiders geven, wat erg mooi was om te doen! We vertelden waarom het belangrijk is om kinderen Bijbels onderwijs te geven, waar je op kunt letten bij de communicatie met kinderen en op welke manier je dan een Bijbelverhaal kunt vertellen.
Tijdens de training stelden we vragen aan de zondagsschoolleiders en lieten we ze opdrachtjes doen. Het bleek dat ze dit helemaal niet gewend waren, normaal wordt er nauwelijks gebruik gemaakt van interactie wanneer iemand lesgeeft aan een groep. Hopelijk beviel deze manier van leren hen en zullen ze er bij de zondagsschool ook gebruik van maken! Iets waar wij juist aan moesten wennen, was de manier van bidden die de protestantse christenen hier gebruiken. Soms is er iemand die het gebed leidt, soms bidt iedereen hardop door elkaar, en emotie en lichaamshouding zijn erg belangrijk. Het is mooi om te zien op hoeveel verschillende manieren God in allerlei culturen aanbeden kan worden!
Dat weekend bleven we bij het Langano-meer, waar we genoten van alle tropische vogels, van de Meskel-bloemetjes en acaciaboompjes, van het bruinrode water van het meer en van een kampvuur met geroosterde maïskolven. Ondanks de afwezigheid van stromend water en een gestolen mobiel (die gelukkig uiteindelijk weer terecht kwam) hebben we een heel gezellig en mooi weekend gehad!

Ze bestaan echt… – Hannah

Dat was mijn eerste reactie toen ik ze binnen zag komen. Dat heb ik met wel meer dingen hier, die ik ken van plaatjes en verhalen maar hier voor mij werkelijkheid worden. Uitgemergelde dieren op straat. Bedelende mensen. Een gehandicapt kind dat haar huis nooit uit komt. Families die wonen in krotten tussen het vuil. De mensen die ik nu zag komen waren ‘street people’, uitgenodigd voor een ‘community meal’. Ik had een korte Bijbelse boodschap voorbereid, over een verhaal dat gelijk in me op kwam toen ik aan de voorbereiding begon. Het verhaal over een man die een maaltijd had klaargemaakt. De rijken, die waren uitgenodigd, hadden geen tijd om te komen. In plaats van de maaltijd niet door te laten gaan, zei de gastheer tegen zijn knechten: ‘Ga er snel op uit naar de straten en stegen van de stad en breng de armen en verminkten en kreupelen en blinden hier binnen’. (Lukas 14) Ook dit bijbelse verhaal kwam hier tot leven, toen de poort openging. Een man met een doffe blik in zijn ogen. Een man met een kleine tas waar al zijn bezittingen in zaten. Een groepje kinderen met gaten in de kleding. Een relatief jonge man met maar 1 been. Een grijsaard met ingevallen wangen. Een man die zich over de drempel heen hees, terwijl iemand anders zijn rolstoel tilde (die een flinke slag in de wielen had). De totaal ongeveer 70 mannen luisterden aandachtig naar mij en Zelalem, die voor mij tolkte. Ik had nog nooit voor zo’n grote groep gesproken, en zeker niet met tolk. Maar het is denk ik een van de mooiste dingen die ik tot nu toe in mijn leven heb gedaan. Toen ik zei: ‘God, the highest King, looks for the people neglected by the rest of society, because He loves them. His love not based on what you have done in the past, what others say about you or what you think you are worth. His love is based on who He is and what He did’, barstte er een spontaan applaus los. Ze aten in stilte, de borden waren snel leeg, en werden helemaal schoongegeten. Voor de kinderen vertelden we het verhaal van het verloren schaap met behulp van vilten plaatjes, wat ze erg mooi vonden. Iedereen kreeg een klein boekje en een pakketje bestaande uit een gebreide sjaal, muts en/of sokken mee naar huis, dat ontvingen ze als een groot geschenk. De kleur maakte niet uit, behalve bij een van de mannen, die iets had tegen oranje. Nu heeft hij een gele sjaal. Aan het eind, toen veel mensen al weg waren, maakte iemand van het team een praatje met de man in de rolstoel. Hij begon te huilen. ‘Ik was een monteur, en nu ben ik dit!’, zei hij, terwijl hij wees naar zichzelf en de rolstoel. We waren het er na spoedoverleg snel over eens: de mannen handcraft-groep moest er echt komen nu, om de mannen die het het hardst nodig hebben wél toekomstperspectief te geven. Ik zal de blik in de ogen van de man in de rolstoel niet snel vergeten. Zijn tranen stopten, en de hoop werd zichtbaar. Komende week komt hij, en hopelijk nog wat anderen, om te beginnen met houtbewerking. We zijn nu hard bezig met de last minute voorbereidingen voor dit nieuwe project, want we hadden nog niks liggen aan concrete plannen… Ik zie het als een groot voorrecht dat ik mag helpen met deze start. Waar het naar toe gaat weten we nog niet, maar waarom we het doen wel. We gaan gewoon beginnen, in het vertrouwen dat het mensen zoals deze man hoop zal geven, en hun leven zal verbeteren! Tegelijk is dit een oproep: willen jullie meebidden voor dit nieuwe project, en voor de mannen die mee gaan doen? Het project heeft nog geen sponsors, ook wat dat betreft is alle hulp welkom.
Update: Er kwamen 4 mannen naar de handwerkbijeenkomst! Daarover later meer…

Het klasje is van start gegaan – Petra

Afgelopen week is het klasje voor gehandicapten kinderen gestart in Debre Zeyt. Hier zitten 7 kinderen in met een verstandelijke beperking, ook zit er 1 meisje in een rolstoel.
De eerste week was vooral wennen voor de kindjes en ze leren kennen. Wat is het mooi om met die kindjes om te gaan, want hoe snel hun een lach op hun gezicht getoverd kunnen krijgen is fantastisch! Het is prachtig om te zien hoe erg ze genieten van de aandacht die ze krijgen!
Zo was 1 meisje ‘s morgens zelf bij de wc geweest, maar toen kwam ze later ook met haar pop aanlopen die ook echt moest plassen. Gelukkig was er nog een potje gevonden voor de pop en die gebruikte ze daarna ook vol trots!
Het is ook heel mooi om te zien hoe lief de kinderen met elkaar omgaan. Zo krijgt tijdens het spelen ook het meisje dat niet kan lopen veel aandacht van de andere kinderen!
Natuurlijk loopt niet alles in 1 keer soepel en ken je niet gelijk elk kind met zijn mogelijkheden en beperkingen. Maar wat mooi om te zien hoe dit project gaat! Ik heb ook erg veel zin in om hierin nog mee te werken en de ideeën en plannen om de kinderen ook echt vooruit te helpen te kunnen ondersteunen!

Echte gastvrijheid – Hannah

Gelukkig nieuwjaar iedereen! Gisteren was het nieuwjaarsdag hier in Ethiopië. Op deze dag heeft bijna iedereen vrij, worden vrienden en familie uitgenodigd en wordt er feest gevierd. Rond deze tijd van het jaar komen ook de gele meskel-bloemetjes uit, waardoor veel mensen gele kleren aan doen en zichzelf versieren met (Chinese) nep-bloemetjes. Reden genoeg voor een gele groepsfoto met Hannah, Japshra, Jafeth en de hond Dino 😉
In de ochtend werd er opeens op het hek van de compound geklopt, er stonden 4 meisjes in traditionele jurken voor de deur, die begonnen te zingen. Ze konden niet meer Engels dan ‘what’s your name?’ en wij niet meer Amhaars dan een paar woorden als ‘dankjewel’ en woorden waar je in deze context niks aan hebt (zoals busstation, brood, koffie en sinaasappel). De bedoeling is dat je geld geeft, maar wij gaven ze ieder een kwart van een typisch Nederlandse stroopwafel, wat ze erg lekker vonden.
We waren, samen met het gezin van Pim en Gerdine, voor de lunch uitgenodigd bij een Ethiopische vrouw. Ze leeft met haar zoontje van een jaar of 3 in een woning met één kamer, ik denk niet veel meer dan 25 m2 in totaal. Haar kamer was versierd met ballonnen en witte linten, wat later wc-papier bleek te zijn. Ze had een maaltijd klaargemaakt met traditionele enjera (soort pannenkoek), pittige saus, aardappels en zelfs het luxe-product kip. Zelf aten zij en haar familie (die er ook was) niet mee, ze zeiden dat ze al gegeten hadden.
Ik heb bewondering voor wat ze deed, ik denk dat dit echte gastvrijheid is: ze had zelf bijna niks, maar had voor ons, ‘rijken’, een uitgebreide maaltijd klaargemaakt en ons ongeveer al haar kip gegeven. Dat zet mij wel aan het denken: hoeveel heb ik daadwerkelijk over voor anderen? Misschien is het wel zo dat hoe meer je hebt, hoe moeilijker het is om weg te geven. Net als de rijke man die alles wilde doen om God te dienen, behalve zijn bezittingen te verkopen en uit te delen aan de armen (Lukas 18:22-23).
Halverwege de maaltijd hoorden we opeens veel geluid buiten. In het huis aan de overkant was net iemand overleden en zojuist waren de eerste familie en vrienden aangekomen. Waar in Nederland vaak een huis heel stil lijkt als er iemand overleden is, gaat dat hier heel anders. Drie dagen en nachten lang wordt er luid geklaagd en gehuild, maar daarna mag er ook niet meer gerouwd worden en gaat het normale leven weer verder.
’s Avonds aten we met veel Nederlandse gezinnen bij een ‘westers’ huis. Ik moest wennen aan de trap met gelijke (en naar mijn idee lage) treden en was verrast door warm water uit de kraan. Ik ben echt dankbaar voor het huis waar we nu wonen, we hebben ons eigen plekje en in principe alles wat je nodig hebt om te leven. Soms is het wel wat behelpen als er geen waterdruk is en je moet douchen onder vijf miezerige en vaak koude straaltjes. Op dat soort momenten besef je wat een voorrecht het is om opgegroeid te zijn in een land waar dingen als warm water, een vaatwasser, een wasdroger en stabiele elektriciteit zo goed als vanzelfsprekend zijn.
De regentijd loopt ten einde dus hopelijk de eindeloze modderspetters op mijn kleren en de vieze voeten ook… Komende weken worden lekker druk met het uitdelen van schoolspullen, het organiseren van een ‘community meal’ voor straatmensen, en de voorbereidingen voor de trainingen voor dorpjes in de buurt eind deze maand. Genoeg te doen dus!

Veel indrukken… – Petra

We zijn nu een week in Ethiopië, het is een prachtig land met veel groen nu in de regentijd. ‘s morgens lijkt het alsof we nog in Nederland zijn, want het kan hier nog behoorlijk regenen dan!
Verder is het land in alle opzichten anders dan Nederland. Koeien, geiten en paarden die zomaar over straat lopen. En dan de armoede die je overal ziet! Je word er wel stil van als je ziet wat voor een huisjes hier staan een paar golfplaten en dat is het dan. Dan zijn we in Nederland toch rijk gezegend!
We proberen een beetje in de cultuur te komen, door wat woordjes te leren en dingen over de cultuur en gewoontes. Want weet je hoe je iemand een hand moet geven als die niet helemaal schone handen heef? Diegene biedt dan de pols aan, die je in plaats van de hand moet schudden.

We zijn er! – Marjolein

We zijn in Ethiopië! Na een heleboel voorbereidingen zijn we eindelijk echt hier. Woensdagochtend zijn we vroeg naar Schiphol gegaan, zodat we daar 3,5 uur voor onze vlucht waren. Dat leek heel lang, maar uiteindelijk hebben we alle tijd nodig gehad vanwege de drukte. Er waren stakingen van het KLM-personeel en de rij voor het inchecken van de ruimbagage was heel erg lang. En toen we eindelijk onze koffers konden inchecken, bleken er twee te zwaar te zijn.. Bij de selfservice waren ze niet zo tolerant, maar toen Petra het bij de balie probeerde, kon alles gelukkig mee.
Bij de douane ging het heel wat sneller, hoewel Hannahs tas nog even gecontroleerd moest worden vanwege haar teenslippers (die er blijkbaar het meest verdacht uitzagen van alles wat we meenamen).

Uiteindelijk zaten we om één uur netjes in het vliegtuig te wachten tot we konden opstijgen. Het bleek echter door de stakingen en door drukte met vliegroutes boven Europa nog 1,5 uur te duren voordat we echt in de lucht zaten.
Onze overstap in Kenia was oorspronkelijk twee uur, maar nu moesten we rennen. Maar we waren precies op tijd! ‘s Nachts om half 3 lokale tijd kwamen we eindelijk aan in Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië. Jammer genoeg gold dat niet voor de helft van onze koffers, die we vanmiddag pas kunnen ophalen. Eer dat onze visa waren gecontroleerd, was het vier uur en toen we door Pim in Dukem waren gebracht, was het rond half 6. Het eerste wat we hier hebben gedaan, was daarom een paar uur slapen 😉

Het voelt wel raar om nu echt hier in Dukem te zijn, na alle voorbereidingen en gemaakte plannen. Het afscheid nemen was wel lastig, maar we hebben er alle drie heel veel zin in en we gaan genieten van alle mooie dingen die we hier gaan meemaken!

Nog één nachtje thuis slapen en dan vertrekken we! – Petra

De koffers zijn gepakt en we zijn klaar voor vertrek.

De laatste keer dat ik moest werken, werd ik erg leuk verrast met een spandoek van de bewoners.
Nog een leuk cadeautje gehad een geurzakje met dropgeur, want zo kan ik Nederland niet vergeten 😊!

Het is toch wel lastig om van iedereen afscheid van hier te nemen in Nederland.
Maar ik besef ook echt hoe rijk ik gezegend ben met alle lieve mensen om me heen!

Het is spannend om te vertrekken maar ik ben zo benieuwd naar alles wat we mee zullen gaan maken!

De voorbereiding: een ander schrift… – Hannah (blog 1)

Persoonlijk kan ik me nog niet voorstellen dat ik over 1 week in Afrika ben. Wel wordt het steeds drukker met de voorbereidingen: van alles controleren, regelen, inpakken. Onder andere een documentje met ‘nummers en gegevens waarvan het misschien best handig kan zijn ze niet te vergeten’. Zoals de gegevens van het visum.

De Ethiopische vrouw achter het bureau van de ambassade had van alles op een sticker in mijn paspoort geschreven. Het zorgde wel voor wat verwarring. Is het visum echt geldig tot 8A december? Had ik ‘m in 2014 aangevraagd? Gelukkig wist ik wat er moest staan. 2019 natuurlijk, en 8A = 04. Maar hoe ik ook probeerde, het unieke visumnummer kon ik niet ontcijferen.

Vooral een van die karakters middenin. Het kon een 2 zijn, of een Z. Die ernaast was duidelijk een 2, en duidelijk anders. Dus kon het geen 2 zijn. Maar het was ook echt geen Z. Eerder een S in spiegelbeeld. Zou ze ‘m misschien verkeerd om hebben geschreven? Ik had al voor de zekerheid in mijn overzicht met belangrijke nummers opgeschreven: ‘Visumnummer: ?’.

(Gelukkig houden ze waarschijnlijk rekening met dit soort dingen en stond het nummer ook in gedrukte letters onder de barcode. Bleek het toch een 2 te zijn.)

Pas even later besefte ik me dat zometeen de rollen omgedraaid zijn. De officiële taal van Ethiopië is Amhaars, met een compleet ander schrift dan wij. Ze combineren de medeklinker en de klinker in één symbool, dus ‘ha’ ziet er (iets) anders uit dan ‘ho’. Zo ontstaan er meer dan 200 tekens. Ik vind het wel interessant, zo’n ander schrift: de mensen daar hebben dus bedacht dat dit de beste manier was om hun klanken op te schrijven.

In Ethiopië spreekt men over het algemeen slecht Engels. Een beetje kennis van de taal is dus niet verkeerd. En ik geloof dat het spreken van de taal belangrijk is om aansluiting te vinden bij de mensen. Daarom probeer ik in mijn vrije tijd een beetje Amhaars te leren. Het gaat met vallen en opstaan, maar ik leer steeds meer.

Ondertussen gaat het schrijven van de letters ook al aardig. Vind ik zelf dan. Ik vraag me af of zij het kunnen ontcijferen…