Blog Bodegraven-Zeist

Over aardappels, citroenen en dankbaarheid – Hannah

In mijn vorige blog schreef ik over de mannengroep die van start zou gaan. Het doel van deze nieuwe mannengroep is een paar van de ‘street people’ de kans te geven om weer iets te hebben om van te leven. De paar euro’s die het verschil maken. Ondertussen zijn we al een week of drie bezig. Een van de mannen, Solomon, is beter dan de rest en we hebben hem uitgenodigd een ochtend extra komen, om meer dingen te leren. Hij glom van top tot teen toen hij het nieuws hoorde.
Het doel is onder andere hem leren kerven in hout. Tijdens de voorbereiding bedacht ik dat een wat zachter materiaal dan hout handiger zou zijn voor beginners. Ik dacht aan aardappels, die worden wel eens gebruikt om kinderen te leren kerven. Daarbij is het ook een lokaal product dus er is makkelijk aan te komen. Een moment later dacht ik aan Solomon. Hij leeft op straat en overleeft door te bedelen, of door af en toe klusjes te doen. Ik schaamde me voor de gedachte dat ik voedsel had willen gebruiken om hem te leren houtsnijden. Op de foto is hij bezig met letters kerven in karton. Dat was een meer verantwoordde optie.
Nog een voorbeeld. Afgelopen week werd het afval opgehaald bij ons. Terwijl het vrouwtje onze vuilniszak in de hare overkieperde, viel haar oog op een zakje met drie (overrijpe?) citroenen of sinaasappels. Dit keer kan ik mezelf vrijpleiten, want ik wist ook niet dat ze erin zaten. De vrouw griste het zakje tussen de stinkende bananenschillen, haren, stof, broodkruimels, papiertjes en dergelijke vandaan en legde het aan de kant. Toen ze wegliep had ze in de ene hand de vuilniszak, in de andere hand een tasje met de citroenen en nog meer vondsten van die dag.
Ik moet denken aan al de keren dat ik eten heb geweigerd omdat ik het niet lekker vind. Dat ik eten heb weggegooid omdat het op de grond had gelegen. Dat ik mijn brood niet, of met tegenzin, opat, omdat het met één plakje worst niet genoeg smaak had.
Schaamde ik mij hiervoor? Dat weet ik niet. Natuurlijk kende ik het ‘arme-kindjes-in-Afrika-verhaal’, en soms raakte me dat ook wel. Maar ik denk dat de (relatieve) rijkdom en welvaart om mij heen me nooit dwongen om er echt over na te denken.
Een belangrijkere vraag is dan ook: zou ik die dingen nu niet meer doen? Om eerlijk te zijn weet ik dat ook niet. Aan de ene kant heb ik echte armoede en honger gezien, zoals bij de daklozen, en bij de vrouw van de vuilnis. En ik ben erachter gekomen dat ik veel minder dingen écht nodig heb, dan dat ik eerst dacht. Maar aan de andere kant, als je overvloed hebt, heb je de vrijheid om bepaald eten te kiezen of te laten liggen. Of om brood lekker te maken door beleg. En ik denk dat het niet verkeerd is om die vrijheid, als je die hebt, te gebruiken. Misschien is het juist wel verkeerd om die vrijheid, als je die hebt, niet te gebruiken.
Ik wil dus ook vooral niet zeggen dat we uit sympathie voor de mensen in Ethiopië (en in nog veel meer landen van de wereld) voortaan alleen droog brood moeten eten. Maar wel dat juist dit contrast ons extra dankbaar moet maken voor onze welvaart. En dat we moeten oppassen met het vanzelfsprekend vinden daarvan.
Al deze gedachten over eten, rijkdom en armoede doen me op hun beurt weer denken aan de wijze woorden van Agur. Hij bad tot God: *‘Geef mij geen armoede of rijkdom, geef mij elke dag genoeg brood. Anders zou ik, als ik te veel heb, denken dat ik U niet nodig heb en zeggen: “De Heere, Wie is dat?”. Of zou ik, als ik arm ben, gaan stelen en zo mijn God te schande maken.’* (naar Spreuken 30:8-9). Ik hoop dat we allemaal zo in het leven staan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.